De Vlaamse beweging als massabeweging

periode: 
1998 - 2000
opdrachtgever(s): 
Provinciebestuur Oost-Vlaanderen – Museum van de Vlaamse Sociale Strijd (MVSS)
uitvoerder(s): 
Guy Leemans

Sinds het ontstaan van de Vlaamse beweging hebben talrijke generaties Vlaamsgezinden deelgenomen aan talloze manifestaties met een min of meer massaal karakter - de precieze bepaling van 'massaliteit' is niet makkelijk aan te geven. Die manifestaties dienden om eisen te stellen en/of het groepsgevoel van de deelnemers te versterken. Soms lag de nadruk op het ene aspect, soms op het andere.

 

Tot aan de Eerste Wereldoorlog waren de manifestaties Belgisch-loyaal van aard. Dat gold ook voor de oudste flamingantische vieringen, de Guldensporenherdenkingen. De Vlaamsgezinde eisenpakketten werden nadrukkelijk verwoord tijdens zogenaamde landdagen, samenkomsten van flaminganten uit het hele land, en tijdens allerlei meetings. Hét voornaamste strijdpunt was de vernederlandsing van de Gentse universiteit. De mobilisatie verliep vooral via petities en ander drukwerk en via bijeenkomsten met een eerder besloten karakter zoals congressen.

 

De Eerste Wereldoorlog vormde een scharnierpunt in de evolutie van de Vlaamse beweging als massabeweging. Radicaliserende tendensen leidden tot de uitbouw van een Vlaams-nationalistische strekking na de oorlog, die overging tot de inrichting van eigen 11 juli-vieringen en landdagen. Die strekking lag ook aan de basis van de tradities van de IJzerbedevaarten en de Vlaams Nationale Zangfeesten, manifestaties die vaak tienduizenden op de been brachten. Minder massaal maar wel erg mediagevoelig waren de taalacties van Flor Grammens voor de eentaligheid van Vlaanderen. Een grote stap in die richting werd gezet met de vernederlandsing van de Gentse universiteit in 1930, het resultaat van de inzet van een breed flamingantisch front. Een grote mate van eensgezindheid werd ook bereikt in de strijd voor amnestie voor de activisten uit de Eerste Wereldoorlog.

 

Door de collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog, lagen de kaarten na 1945 anders. Fel verzwakt door de repressie, herleefde de Vlaamse beweging moeizaam. De draad van de vooroorlogse periodieke manifestaties als de IJzerbedevaarten en de Zangfeesten werd weliswaar snel terug opgenomen, maar de grote doorbraak kwam er pas met de Marsen op Brussel van 1961-1963. Tegelijkertijd deed er zich in de brede Vlaamse beweging een koerswijziging naar federalisme voor. De strijd voor 'Leuven Vlaams' versterkte die tendens en droeg bij tot het staatshervormingsproces vanaf 1970. Sindsdien mobiliseerde de Vlaamse beweging, zowel tijdens de traditionele samenkomsten als tijdens gelegenheidsmanifestaties en prikacties, vooral voor de bescherming van de Vlaamse aanwezigheid in en rond Brussel. De laatste decennia kwamen de acties voor verdere stappen in de staatshervorming meer op het voorplan.

 

Overeenkomstig de traditie van de MVSS-projecten, resulteerde het project in een tentoonstelling en een publicatie.

 

realisaties

tentoonstelling: “Vlamingen, komt in massa. De Vlaamse beweging als massabeweging”, Gent, Caermersklooster, 6/1/2000 tot 2/2/2000
publicatie: Guy Leemans, Gita Deneckere, Luc Boeva, Frans-Jos Verdoodt (red.), “Vlamingen, komt in massa”. De Vlaamse beweging als massabeweging, Antwerpen-Gent, 1999 (Bijdragen van het Museum van de Vlaamse Sociale Strijd, nr. 17)

Wetenschappelijke Raad

Via de oprichting van de Wetenschappelijke Raad (WR) is voortaan een permanent beroep mogelijk op de verzamelde wetenschappelijke expertise rond nationale bewegingen en andere ADVN-themavelden. Met de Raad haalt de instelling immers de contacten met de academische wereld en het bredere onderzoeksveld structureel aan. De WR werkt in alle autonomie en verstrekt advies in tal van kwesties: o.m. projectvoorstellen, manuscripten, samenwerkingsovereen-
komsten en verwerkingsplannen worden systematisch aan het kritische oordeel van de leden voorgelegd.
Leden

Langlopende projecten

Enkele projecten hebben ondertussen de facto een permanente status gekregen of zijn geëvolueerd naar duurzame samenwerkingsverbanden: