Tussen 1985 en 1990 doken er in het Vlaamse straatbeeld zes nieuwe munten op: penningen van respectievelijk 25, 50, 100 en 250 Vlaamse Franken. Deze muntstukken werden uitgebracht door de Federatie Vlaamse Kringen-FVK, het latere Rodenbachfonds en het huidige Cultuurlab Vlaanderen. De Federatie wilde met de verkoop van de munt allereerst de culturele werking van de eigen organisatie ondersteunen en daarnaast de nieuwe penningen gebruiken als een aanzet tot (financiële) autonomie voor Vlaanderen. De man achter het initiatief was de Ledenaar Albert Van Hove, de toenmalige voorzitter van de Oost-Vlaamse FVK-afdeling. Hij maakte van de eerste munt een regionaal succes en koesterde de hoop om de Franken over heel Vlaanderen te verspreiden.