Herman Van den Reeck

affiche Van den Reeck
periode: 
1993 - 1996
opdrachtgever(s): 
ADVN
uitvoerder(s): 
Guy Leemans

Ondanks zijn vroegtijdig overlijden, biedt de figuur Herman Van den Reeck (1901-1920) voldoende stof voor een brede wetenschappelijke reflectie. Daarvoor zijn de aanknopingspunten in zijn intens en veelzijdig maatschappelijk engagement ruimschoots aanwezig.

 

De Eerste Wereldoorlog en zijn nasleep vormde ook op intellectueel vlak een bewogen periode. De roep om veranderingen in de onrechtvaardig geachte vooroorlogse toestand zwol in diverse milieus aan. Van den Reeck liet zich daarbij allesbehalve onbetuigd. Gedreven schaarde hij zich achter het streven van de tijdens de Grote Oorlog geradicaliseerde vleugel van de Vlaamse beweging. Zijn oorlogserfenis omvatte zowel de activistische eis tot zelfbestuur, als de pacifistische droom van de Frontbeweging.

 

Hij sloot zich aan bij de Clarté-beweging, die haar antimilitarisme inkapselde in een ruimere visie, waarin de vestiging van een nieuwe, rechtvaardiger wereldorde centraal stond. De omverwerping van de “kapitalistische bourgeois-dictatuur” zag Van den Reeck daartoe als een noodzakelijke voorwaarde. In dat perspectief voelde hij zich overigens aangesproken door het communistische alternatief. Vooral de ideeën van Boeke, die stelde dat het communisme een logisch uitvloeisel van het christendom vormt, biologeerden hem. Dat zijn revolutionaire combattiviteit niet te verzoenen was met zijn pacifistisch streven, lijkt hem te zijn ontgaan.

 

Van den Reeck was een markante vertegenwoordiger van de anti-burgerlijke strekking in de Vlaamse Beweging na de Eerste Wereldoorlog. Deel uitmakend van verscheidene progressieve stromingen, trad Van den Reeck in contact met intellectuele en artistieke geestesgenoten. Omtrent de aanhang van die strekking en haar vatbaarheid voor autoritaire tendensen, is het laatste woord evenwel nog niet gezegd.

 

 

Einde 1993 bezorgde het ADVN aan een externe vorser de opdracht om studiewerk te ondernemen rondom de rol en de betekenis van enkele kenschetsende Vlaamsgezinde personen, organisaties en stromingen tijdens het Interbellum.

 

Het studiewerk leidde in een vroeg stadium reeds tot de redactie van een uitvoerige “steekkaart”, die als (informatie)basis diende voor de aandacht die diverse instellingen en personen aan de herdenking van Herman Van den Reeck schonken. Eveneens in het kader van het project Herman Van den Reeck, verleende het ADVN zijn medewerking aan de academische herdenkingsplechtigheid die op 21 juni 1995 doorging in de Antwerpse Bourlaschouwburg. Die herdenkingsplechtigheid werd georganiseerd door de Werkgroep Herman Van den Reeck en het stadsbestuur Antwerpen – er waren gelegenheidstoespraken door Leona Detiège, Herman Balthazar, Maurits Coppieters en Max Wildiers.

 

Een tweede initiatief waaraan het project Van den Reeck in ruime mate heeft bijgedragen, was het succesvolle colloquium “Herman Van den Reeck en de anti-burgerlijke stroming in de Vlaamse beweging na de Eerste Wereldoorlog”.

 

realisaties

– academische herdenkingsplechtigheid: Antwerpen, Bourlaschouwburg, 21/6/1995
colloquium: “Herman Van den Reeck en de anti-burgerlijke stroming in de Vlaamse beweging na de Eerste Wereldoorlog”, Antwerpen, UFSIA, 9/12/1995 (org. Wetenschappelijke tijdingen en ADVN)
publicatie: Herman Van den Reeck en de anti-burgerlijke stroming in de Vlaamse beweging na de Eerste Wereldoorlog. Verslagboek colloquium, bijzonder nummer Wetenschappelijke tijdingen bij jaargang 55, 1996, 112 pp.

Wetenschappelijke Raad

Via de oprichting van de Wetenschappelijke Raad (WR) is voortaan een permanent beroep mogelijk op de verzamelde wetenschappelijke expertise rond nationale bewegingen en andere ADVN-themavelden. Met de Raad haalt de instelling immers de contacten met de academische wereld en het bredere onderzoeksveld structureel aan. De WR werkt in alle autonomie en verstrekt advies in tal van kwesties: o.m. projectvoorstellen, manuscripten, samenwerkingsovereen-
komsten en verwerkingsplannen worden systematisch aan het kritische oordeel van de leden voorgelegd.
Leden

Langlopende projecten

Enkele projecten hebben ondertussen de facto een permanente status gekregen of zijn geëvolueerd naar duurzame samenwerkingsverbanden: